28 juli 2026
Vissen: de onmisbare schakel tussen bodemleven en vogels
De Noordzeenatuur staat onder druk. Om een veerkrachtige en gezonde Noordzee terug te krijgen waar ruimte is voor duurzaam gebruik, willen we de biodiversiteit herstellen. Natuurversterking Noordzee doet dat door vogels, vissen en bodemleven te versterken. Dat zijn best brede categorieën, dus om welke diersoorten gaat het? Waarom kiest Natuurversterking Noordzee voor deze soortgroepen en hoe versterk je ze in de praktijk? In deze serie vertellen experts hoe en waarom. Deze keer Sam Hidskes, trekker van de verschillende vissenprojecten.
Kun je het belang van vissen voor het ecosysteem van de Noordzee omschrijven?
“Vissen zijn de schakel tussen bodemleven en vogels: ze eten en worden gegeten. En ze zorgen voor grote variatie in de biodiversiteit. Vissen vormen een hele brede groep binnen het voedselweb: ze komen voor in alle lagen van de zee, van de bodem tot de oppervlakte en ze variëren van héél klein tot héél groot. Van mini planktoneters tot reuzenhaaien, het zijn allemaal vissen. Samen met bodemleven en vogels vormen ze een nauw verweven en dynamisch ecosysteem.”
Wat is er bekend over vissen vanuit onderzoek?
“Veel, maar ook veel niet. Dat komt omdat vissen moeilijk te bestuderen zijn: ze leven onder water, bewegen veel en snel en leggen grote afstanden af. Wel weten we steeds meer over de levenscyclus van verschillende soorten: waar ze zich voortplanten -wat biologen bij vissen paaien noemen-, waar de jonge vissen opgroeien, wat en waar ze eten. Tegelijkertijd weten we nog weinig over actieve maatregelen waarmee we hun populaties weer kunnen versterken, anders dan het verminderen van visserij en het aanpassen van visgerei.”
Op welke vissoorten richt Natuurversterking Noordzee zich?
“We onderscheiden vissen in verschillende categorieën, van bodem tot oppervlakte, van trekvissen tot haaien en roggen. In het programma focussen we ons specifiek op pelagische vissen, de soorten die in de bovenste laag van de zee leven, zoals haring, ansjovis, zandspiering en sprot. Dit zijn namelijk echte sleutelsoorten binnen het Noordzee ecosysteem: in het voedselweb vormen zij de verbinding tussen plankton en grotere vissen, zeevogels en zeezoogdieren. Zonder deze tussenlaag stort een groot deel van het systeem in.”
Kun je iets zeggen over visaantallen nu en 100 jaar geleden?
“Het verschilt per soort, vooral grote, langlevende, kwetsbare soorten zijn structureel afgenomen en daarnaast zijn kleinere soorten zoals zandspiering, haring en makreel periodes veel te intensief bevist. Kortlevende soorten kunnen zich sneller herstellen, maar met de makreel gaat het op dit moment slecht. 100 jaar geleden was de Noordzee véél rijker aan vis dan nu. Er waren veel meer grote roofvissen zoals kabeljauw, steur en verschillende haaiensoorten. Nu is de Europese steur, zo goed als verdwenen uit de Noordzee en zijn bepaalde haaien- en roggensoorten, zoals de vleet, sterk achteruitgegaan.”
Hoe ziet het leven van vissen in de Noordzee eruit?
“De Noordzee is gigantisch groot. Het is een supergevarieerd en prachtig mysterieus natuurgebied. Sommige vissoorten zwemmen alleen rond in de bovenste laag van de zee, anderen alleen in de onderste. Sommige vissen wisselen de zee af met rivieren. De levenscyclus van Noordzeevissen verschilt ook enorm: sommige soorten blijven relatief op één plek, terwijl andere grote afstanden afleggen tussen paaigebieden, kraamkamers en leefgebieden. Een goed voorbeeld is de spiny dogfish of doornhaai, die voorkomt in de hele Noordzee en ook regelmatig wordt waargenomen in Nederlandse wateren. Deze haai legt elk seizoen grote afstanden af op zoek naar voedsel en geschikte leefgebieden, tot duizenden kilometers. Doornhaaien groeien langzaam, worden pas na tien tot vijftien jaar volwassen en krijgen relatief weinig jongen. Daardoor herstellen hun populaties maar langzaam wanneer ze achteruitgaan. Of neem de Europese paling, die heeft een van de meest bijzondere levenscycli ter wereld. Palingen worden geboren in de Sargassozee, in de Atlantische Oceaan, verplaatsen zich vervolgens als piepkleine diertjes duizenden kilometers naar de Nederlandse rivieren, sloten en kustwateren waar ze opgroeien om daarna weer duizenden kilometers terug naar de oceaan te zwemmen om zich voort te planten. Hierdoor zijn ze niet alleen afhankelijk van gezonde zeeën maar ook van goed verbonden riviersystemen.”
Wat bedreigt de vissen in de Noordzee?
“Veel soorten gaan achteruit en de redenen zijn allemaal gerelateerd aan menselijk gebruik. Langdurige intensieve visserij, beschadiging van de bodem, vervuiling, verlies van leefgebied, de komst van barrières voor trekvissen, klimaatverandering en de komst van exoten. Dat zijn planten en dieren die uit andere ecosystemen komen en die het evenwicht in het ecosysteem van de Noordzee kunnen verstoren. De Noordzee verandert snel: door opwarming van het water ontstaan verschuivingen in de beschikbaarheid van voedsel. Daardoor trekken sommige soorten noordwaarts en hebben andere soorten moeite om zich aan te passen.”
Wat kunnen we doen voor vissen om de neerwaartse curve om te buigen?
“Onze aanpak is om per categorie vissen goed in kaart te brengen wat hun belangrijkste leefomgevingen zijn. Daarbij kijken we specifiek naar de plekken waar ze paaien, larven of eitjes afzetten en van kleins af aan opgroeien. De impact van de mens op vispopulaties is het grootste als ze in deze kwetsbare beginfase zitten. Als we juist dan versterkingsmaatregelen nemen, kunnen meer kleine vissen groot worden. Deze omgevingen gaan we vervolgens met gerichte maatregelen versterken, bijvoorbeeld door schuilplekken of voedselaanbod toe te voegen door kelp of zeegras te laten groeien. Als we deze sleutelgebieden weer optimaal voor ze maken, worden meer kleine vissen groter en stijgen de aantallen weer. Dan is er ook weer meer voedsel voor de roofsoorten onder de vissen en voor zeevogels en zeezoogdieren. Daarnaast herstellen we riffen, die voor veel soorten een ecologische basis in het Noordzee-ecosysteem vormen, vergelijkbaar met bossen op land. Ze bieden structuur, schuilplekken en voedsel voor heel veel vissoorten.”
Met welke projecten versterkt Natuurversterking Noordzee de vissen?
“Zoals gezegd zitten we nog in de onderzoeksfase: we testen maatregelen die we in de nabije toekomst op grotere schaal kunnen uitzetten. Op locaties van Zeeland tot de Waddenzee brengen we in kaart welke soorten waar paaien en opgroeien. In de Zeeuwse Voordelta hebben we boomriffen op de zeebodem geplaatst, zodat haringen en andere soorten daar eitjes op kunnen afzetten. Omdat alleen de zeekatten, een inktvissoort, er gretig gebruikt van hebben gemaakt en de haringen helaas niet, gaan we op zoek naar andere opties die ze wel fijn vinden. Daarnaast hebben we project ECOMUG in de Kieler fjord in het noorden van Duitsland. Onderzoekers testen verschillende onderwaterstructuren waar jonge vissen kunnen leven en die je makkelijk aan windmolens en boorplatforms kunt bevestigen. Dat is een mooi voorbeeld van hoe schuilplaatsen alleen al voldoende kunnen zijn voor vislarven om succesvol op te groeien.”
Wat zijn daarin de belangrijkste succesfactoren?
“Minimale verstoring door de mens op de plekken waar we pilots doen. En tijd en ruimte om de vispopulaties weer aan te laten sterken. Het is in dit proces een voordeel dat we binnen Natuurversterking Noordzee als beleidsmedewerkers, wetenschappers en de offshore sector bij elkaar zitten zodat we snel kunnen schakelen.”
Stel je mag één droommaatregel nemen voor de Noordzee, wat zou je dan doen?
“Heel veel gigantische, drijvende vlotten op de Noordzee introduceren met broedplekken voor vogels en hangende structuren met oesters, kelp en mosselen eraan. Ik denk dat dit de vispopulaties en daarmee de hele biodiversiteit een gigantische boost zou geven.”

