De Noordzeenatuur staat onder druk. Om een veerkrachtige en gezonde Noordzee terug te krijgen waar ruimte is voor duurzaam gebruik, willen we de biodiversiteit herstellen. Natuurversterking Noordzee doet dat door vogels, vissen en bodemleven te versterken. Dat zijn best brede categorieën, dus om welke diersoorten gaat het? Waarom kiest Natuurversterking Noordzee voor deze soorten en hoe versterk je ze in de praktijk? In deze serie vertellen experts hoe en waarom. Deze keer Wouter van Broekhoven, marien ecoloog bij team Leren door doen & Opschalen.
25 juni 2026
Zonder divers bodemleven geen gezonde Noordzee
Hoe ziet de bodem van de Noordzee eruit? Is het nou een kale zandvlakte of groeit er van alles?
“De bodem van de Noordzee is veel gevarieerder dan je zou denken. Overal zit leven dat om kan gaan met de lokale omstandigheden. Op veel plaatsen bestaat de zeebodem uit zand dat steeds van vorm verandert door de dynamiek van de getijdenstroom, van de golfslag en van de wind. Als het hard waait, vervormt de zeebodem tot op tientallen meters diepte. Dat geeft zandribbels op de bodem en bepaalt wat voor zandkorrelgrootte je waar aantreft, een hele relevante zaak als je een bodembeestje bent. De Noordzee heeft ook slibgronden, grind en schelpengruis. Op een beperkt aantal plekken vind je structuren zoals grotere stenen, wrakken en oesterbanken.”
Bodemleven. Wat verstaat Natuurversterking Noordzee daaronder?
“In biologisch latijn noemen we het benthos. Het omvat al het leven dat op, in en bij de zeebodem te vinden is. Denk aan oesters en wieren, wormpjes en schelpdieren in de bodem en mobiele soorten als krabben en zeesterren.”
Wat is het belang van dit bodemleven voor de Noordzee?
“Het is een fundamentele pijler onder het ecosysteem: zonder gezond bodemleven heb je geen gezonde zee. Benthos is een fundamentele schakel in de voedselketen. Bodemleven dat voedingsstoffen uit het water filtert, maakt dat vervolgens beschikbaar voor ander bodemleven. Vogels en vissen eten benthos waardoor ook zij van deze voedingsstoffen profiteren. Sommige bodemdieren zorgen voor uitwisseling van voedingsstoffen doordat ze de zeebodem omwoelen. Andere bieden juist structuur en stabiliteit op een slappe bodem doordat ze hun eigen leefgebied kunnen creëren. Biobouwers noemen we deze soorten: ze bouwen hun eigen habitat en bieden daarmee onderdak aan een scala van andere soorten. Zo vormen oesters met elkaar een rif en bouwen zandkokerwormen kokers van zand, waarbij ze aan elkaar kunnen vastklitten. Als er genoeg van die kokerwormen bij elkaar zitten, ontstaan rifstructuren in het zand. Zo’n structuur op de bodem trekt leven aan: dieren kunnen erop of ertussen zitten, zich verschuilen, jagen, zich voortplanten, eten. Een rifstructuur stabiliseert de zeebodem en is een hotspot voor biodiversiteit.”
Op welke soorten bodemleven focust Natuurversterking Noordzee?
“We richten ons primair op de rifbouwende soorten omdat ze een habitat op open zee creëren die vrijwel geheel verloren is gegaan. De rifbouwers waar we mee werken zijn de inheemse platte oester die riffen kan vormen op open zee, de gewone mossel die die functie vooral heeft aan de kust, de paardenmossel, die vooral noordelijker in de Noordzee huist, de zandkokerworm en de schelpkokerworm. We kijken ook naar soorten van de zachte bodem als de wulk en noordkromp. De noordkromp is een bizar schelpdier: hij kan meer dan 500 jaar oud worden. Ze hebben onder meer een heel trage stofwisseling waardoor ze met het verstrijken van de tijd nauwelijks schade op cellulair niveau oplopen. Van de platte oester en de gewone mossel weten we inmiddels best veel en we zijn goed op weg naar versterking op grotere schaal. Over de paardenmossel, kokerwormen, de wulk en de noordkromp is wat dat betreft nog minder bekend.”
Hoe staan deze bodemdieren ervoor?
“Niet best. Het hele systeem is veranderd door toedoen van de mens. Uit historische bronnen weten we bijvoorbeeld dat er uitgestrekte oesterbanken in de Noordzee waren en we constateren dat die vrijwel verdwenen zijn. Oesters zijn opgevist voor consumptie en daar zijn ziektes en verslechterende bodem- en waterkwaliteit bijgekomen. Tegenwoordig mist de Noordzee geschikte ondergrond voor oesters om zich op te vestigen, zoals oude oesterschelpen die er op de historische banken in grote hoeveelheden zullen hebben gelegen. Omdat er nauwelijks meer wilde oesters zijn, ontbreken ook oesterlarven. Maar de achteruitgang van het ecosysteem is op alle fronten zichtbaar. De wulk heeft te lijden gehad van antifouling coatings, een chemische verflaag die op de onderkant van boten wordt aangebracht en ervoor zorgt dat organismes zich niet aan schepen hechten. De noordkromp is dan weer heel kwetsbaar voor bodemverstoring. Zijn kracht, het trage leven dat hij leidt, is daarmee ook zijn zwakte. We staan voor een enorme opgave om de omslag te maken naar een ecosysteem dat weer enigszins natuurlijk functioneert.”
Wat doet Natuurversterking Noordzee om de neerwaartse trend om te buigen en het bodemleven te versterken?
“We richten ons op actieve herstelinterventies, zoals het terugbrengen van riffen. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan biogene riffen, dat wil zeggen riffen die worden gebouwd door een diersoort zoals de oester, maar ook aan riffen gemaakt van bomen of stenen. Voor de soorten van de zachte bodem onderzoeken we nu bijvoorbeeld hoe we substraat kunnen aanbrengen waar wulken hun eieren op kunnen afzetten.”
Welke concrete herstelmaatregelen neemt Natuurversterking Noordzee voor het bodemleven?
“Voor de platte oester zijn we vorig jaar gestart met het op kleine schaal testen van een veelbelovende nieuwe methode: remote setting van oesterlarven op stenen. Dat is een aanpak waarbij we miljoenen oesterlarven opkweken en vervolgens in bassins met stenen loslaten zodat ze zich kunnen hechten. Een consortium van partijen is nu bezig om te onderzoeken of die jonge oesters riffen vormen als ze uitgeplaatst worden in zee.
De gewone mossel herstellen we niet actief omdat er een natuurlijke aanvoer van larven bestaat. Wel gebruiken we technieken uit de mosselkweek om rifvorming te stimuleren. We brengen een lijn aan met een verankering en een drijver, zodat er mosselen op de lijn gaan groeien. Als de schelpen dan naar beneden vallen, kunnen ze op de bodem als startpunt dienen voor vestiging van andere soorten. Herstelmaatregelen voor de kokerworm, wulk en noordkromp zijn nog in de verkennende fase. Voor kokerwormen bestuderen we nu bijvoorbeeld in welke omstandigheden ze het goed doen en hoe we daar vervolgens interventies op kunnen ontwikkelen.”
Vanuit jouw perspectief als scheldierexpert bij Van Oord. Wat voegt de samenwerking tussen de alliantiepartners toe voor het bodemleven?
“We kunnen alleen vooruit als we samenwerken. Iedereen brengt bij Natuurversterking Noordzee zijn eigen sterktes in: van onderwatermonitoring tot wetenschappelijk onderzoek en van offshore engineering tot beleid. De natuurherstelopgaves waar we met zijn allen voor staan, zijn gigantisch. Door als alliantie te werken aan dezelfde doelen kunnen we alle aspecten meenemen om de Noordzee te versterken op een ecologisch relevante schaal.”

