08 oktober 2026
Herstel van broedeiland De Spuitkop: ‘Geen enkel ei van bodembroeders kwam meer uit’
Midden in het Markiezaatmeer ligt een onbewoond eiland: De Spuitkop. Tenminste, onbewoond… Duizenden vogels vinden hier hun thuis. Om te broeden, eten te zoeken en te rusten. Tegenwoordig staat dit gebied echter flink onder druk. Binnen het project Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta wordt daarom gewerkt aan het herstel van dit eiland, zodat het een geschikte broedplek blijft voor veel vogels, waaronder de zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw. Erik de Jonge, gebiedsbeheerder bij Brabants Landschap, vertelt waarom dit nodig is.
“Vroeger was De Spuitkop één grote zandplaat. Zo’n open gebied is belangrijk voor veel soorten vogels, want daardoor kunnen ze hier veilig broeden en slapen”, vertelt Erik. Bijna nergens in Nederland broeden meer soorten vogels dan in het Markiezaat, ten zuidwesten van Bergen op Zoom. Midden op het eiland is zelfs een reusachtig nest van een zeearend te vinden. “In het voorjaar kun je door de broedende vogels het eiland niet meer zien. En in de winterperiode is dit een belangrijke rustplek, voor soms wel 100.000 vogels per nacht. Veel meeuwen komen elke avond hierheen gevlogen, een deel zelfs helemaal uit Noord-Frankrijk. Je ziet dan een file van meeuwen.”
Van duizenden nesten naar nul succesvolle bodembroeders
Toch is dit beeld, van talloze vogels die hier rusten en broeden, geen vanzelfsprekendheid meer. De Spuitkop raakt steeds verder begroeid met riet, gras en andere vegetatie, waardoor het voor vogels een onveilige plek wordt. Ook verdampt het water door droogte steeds vroeger in het jaar; dan kun je vanaf het vasteland zo naar het eiland lopen. “Dit jaar konden vossen al in april oversteken door de lage waterstand, en dat hebben ze met verve gedaan. De vos is een prachtig dier”, aldus Erik, “maar niet op dit eiland. De Spuitkop lag van voor tot achter onder de eierschalen. Voor het eerst in de geschiedenis van het Markiezaat hadden we núl bodembroeders waarvan de eieren zijn uitgekomen.”
Om dit cruciale broedgebied veilig te houden voor vogels, is actief ingrijpen nodig. “Samen met Provincie Zeeland, Provincie Brabant en beide waterschappen keken we hoe we schoon water van de Brabantse Wal het Markiezaatmeer in kunnen krijgen. Met een nieuwe stuw en gemaal zorgen we ervoor dat het waterpeil straks nooit meer te hoog of te laag is”, laat Erik weten. Ook wordt het eiland teruggebracht in de oorspronkelijke staat. “Als we niks doen, durf ik op een briefje te geven dat het laatste broedstrand op de Spuitkop straks ook begroeid is. Dat is funest voor vogelpopulaties.”
Een veilig leefgebied voor talloze vogels
Na vijf jaar testen weet Brabants Landschap nu hoe de verruiging het best kan worden tegengegaan. “In Nederland moet je ongelooflijk veel beheer doen wil je soorten behouden of terugkrijgen. Maar op een eiland… dat waren we niet zo gewend. Ineens ben je dan op je werkdag tweehonderd schapen aan het overvaren met een fluisterbootje, om het eiland te begrazen”, vertelt Erik. “Inmiddels weten we goed wat wel en niet werkt. We hebben zelfs een speciale choppermachine laten bouwen, die ons helpt om de begroeiing weg te halen. Dat geeft vogels weer de ruimte en het overzicht om hier in het voorjaar hun eieren te leggen.”
Met de herstelwerkzaamheden worden populaties zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen versterkt, waar op hun beurt andere vogelsoorten weer van profiteren. “Meeuwen zijn uiterst assertief en beschermen de kwetsbare lepelaars die hier zitten. Komt de zeearend ook maar in de buurt, dan stijgen de meeuwen als één witte wolk omhoog om ‘m te verjagen. Zo leven al deze vogelsoorten hier in samenhang met elkaar. Met deze werkzaamheden hopen we dit cruciale broedgebied te behouden en talloze vogelsoorten een veilige plek te bieden.”
Project Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta
Het herstel van eiland De Spuitkop is één van de activiteiten binnen het project Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta. Hierin werkt Vogelbescherming Nederland samen met Brabants Landschap, Natuurmonumenten en Vogelbescherming Vlaanderen aan betere en veiligere broedplekken voor de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw. Dat doen zij met steun van ruim twee miljoen euro uit het programma Natuurversterking Noordzee en in nauwe samenwerking met (haven)bedrijven. Het project loopt drie jaar, omvat drie broedseizoenen en wordt afgerond begin 2029.
